top of page
  • Chantal

De rode geur van…





Dat de nieuwe website nog niet af is, interesseert mijn muze niet. Ongeduldig fluistert ze me een verhaal dat dringend geschreven moet worden. Ik gehoorzaam en grijp naar m’n pen. Oké, nog een blog op de oude website.


Er was eens een klein meisje met lange vlechten. Drie stapjes had ze nodig om de grote stap van haar pepa bij te houden. Enkel zij noemde hem zo, niemand anders kende die naam. Veilig en onbezorgd, met haar handje in zijn grote vuist, huppelde ze naast hem. Ze gingen vaak wandelen en ze kende de beloning verbonden aan de gewandelde weg. Er waren twee routes.


De eerste wandeling ging door twee lange straten, een grote baan over en daarna door de duinen tot ze bij Moustafa kwamen. Moustafa was een kleine, ronde man met een moustache waarvan de punten draaiden tot bijna achter zijn oren. Hij had een bankje nodig om boven zijn ijskraam te kunnen reiken. Ontelbare soorten ijs had hij. Hij schepte het met een pallet. Van pepa mocht ze een ijsje kiezen. Dat was moeilijk, zoveel kleuren… Moustafa loste het op: ‘Van alles een beetje?’ Het meisje knikte, Moustafa nam zijn pallet en begon ijs op het hoorntje te plamuren. Met grote ogen zag het meisje hoe laagje na laagje gestapeld werd. Op het einde steevast de vraag: ‘Met een galletje erbij?’ Een galetje was een plat rond wafeltje dat diende om het ijs op het hoorntje te ondersteunen. Moustafa gaf het meisje een knipoog en plakte twee galletjes op de hoge toren ijs.


Met haar ene hand in de vuist van pepa en haar andere hand gevuld met ijs, stapten ze langs de dijk verder. Pepa stapte traag, het meisje kon hem bijhouden met maar twee stapjes. Soms zaten ze op een bankje en keken zwijgend naar de zee terwijl het meisje het ijsje likte.


De andere wandeling was meestal op dinsdag. Na het stappen door twee andere lange straten, konden ze de muziek horen van het orgeltje dat elke dinsdag op die hoek stond. Een man draaide papier met gaatjes door een cilinder en daar kwam muziek uit. Naast het orgeltje zat een aapje, een echt aapje. Het meisje mocht er elke week een nootje aan geven, ze bleven staan zodat ze kon zien hoe blij het aapje het nootje at. Daarna wandelden ze verder omgeven door een mix van geuren: gebrande amandelen, gebraden kippen, aardbeien en ja… al een vleugje van de rode pommes d’amour. Markt! En het kraampje met de rode appels was er! Het waren gewone appels maar de mevrouw stak er een stevig stokje in en depte de appel in een dikke, rode brei die in een gouden kuip ‘brobbelde’. Daarna plaatste ze de rood geworden appel met het stokje naar boven op papier. Het meisje wist: zo’n rode appel was voor haar. Het was enkel een kwestie van wachten tot hij afgekoeld was. Hoe dichter bij huis, hoe roder haar lippen, wangen en ook vingertjes werden. Haar vrij handje nog altijd veilig in de vuist van pepa. Bijna thuis, op de hoek van de straat, nam pepa zijn zakdoek, deed er wat speeksel op en veegde al het rood van het gezicht van het meisje. Het was hun geheimpje, alle sporen werden gewist.


Ontelbare keren deden ze diezelfde wandelingen. Tot na haar zevende zomer. Toen was pepa er niet meer en leerde het meisje de inhoud van missen.


Het heeft jaren geduurd vooraleer ze zonder pijnscheut kon kijken naar kleine meisjes aan de hand van hun papa. Naar kleine handjes in grote handen.


Nu nog soms voelt ze eerst een steek, maar daarna komen de herinneringen aan de man die haar leerde wat liefde is: wandelingen, een handje veilig in een vuist, ijsjes als een kleurenpallet en de zoete smaak van de pomme d’amour, speeksel op een zakdoek.


Maar bovenal ervaart ze de rode geur van vaderliefde.


Warme groet,

Chantal

22 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Комментарии


bottom of page